Een levend netwerk in de stad Antwerpen

Subtitle

Wie heeft voordeel bij natuurverbindingen en hoe doe je dat in de praktijk ?

Eilanden verbinden verhoogt biodiversiteit


Natuurgebieden liggen als eilanden versnipperd in een verstedelijkt landschap. Darwin heeft de basis gelegd voor wat de eilandtheorie is gaan heten. De soortenrijkdom van een eiland op zee is namelijk hoger als het dichter bij het vasteland ligt of als er meerdere eilanden dicht bij elkaar liggen. Dit komt omdat er meer uitwisseling mogelijk is. Deze natuurwet geldt ook op het land en is daar verfijnd tot wat nu de metapopulatietheorie wordt genoemd. Als de populatie van een soort in één natuurgebied zou uitsterven, kan het gebied opnieuw gekoloniseerd worden als het in verbinding staat met een ander natuurgebied waar de soort nog wel voorkomt. Uitwisseling van dieren tussen gebieden verkleint bovendien de kans op inteelt (genetische diversiteit). Dan heb je wel een goede natuurverbinding nodig tussen de twee gebieden (in jargon: goede 'connectiviteit').


Minder dode dieren op de weg


De platte dieren op de weg leren ons dat er niet genoeg veilige natuurverbindingen zijn. Als er dieren zijn die het eindelijk terug beter doen en terug in onze richting oprukken, worden ze genadeloos platgereden eenmaal ze de stad bereiken. Zelfs uiterst zeldzame dieren zoals das en otter zijn in het Antwerpse al onder de wielen beland. Deze dodelijke tol van het wegverkeer kunnen we vermijden als dieren over of onder onze wegen kunnen. Op zich is dat helemaal niet zo moeilijk. Bij de aanleg of heraanleg van wegen zou het een evidentie moeten zijn dat hier aandacht aan wordt besteed; dergelijke ingrepen kosten slechts een fractie van de totale factuur voor de (her)aanleg van de weg..

Hoe ziet een natuurverbinding er uit?


Niet elke groene verbinding is even bruikbaar voor elk dier. Zo stelt een ree, vos, bever of otter totaal andere eisen. Een vogel vliegt vlot over alle gebouwen maar een pad die een gewone weg wil oversteken is al snel platgereden. Kleine zoogdieren en amfibieën krijg je vlot en veilig naar de overkant met een paar buizen onder de weg door. Kikkers hebben een netwerk van natte plekken nodig met weinig schaduw. Vlinders en alle andere nuttige insecten volgen graag kruidige vegetaties en bloemrijke bermen. Een vleermuis is al heel goed geholpen als ze een bomerij kan volgen. Een ree over een autostrade krijgen lukt enkel met grote dure ecoducten maar ze zijn wel in staat om de Schelde over te zwemmen. Zomaar in het wilde weg natuurverbindingen aanleggen is dus geen goed idee. Eerst moet je weten voor welke dieren je een verbinding wil creëren. En je moet ook zeker weten dat de natuurfunctie intact blijft door aangepast onderhoud of beheer. Voor al die keuzes heb je specialisten nodig, maar ook zij halen hun kennis vaak uit boeken. De interessantste rapporten over de inrichting van natuurverbindingen kan je hier downloaden.

Industriegebieden als ecologische corridors


Ook bedrijventerreinen zijn geschikt om er natuurverbindingen in te realiseren. Op de bedrijfskavels zelf is er weinig plaats voor, bedrijven kunnen wel nuttige bijdragen leveren met groendaken, groengevels en een ecologisch beheer van hun voortuinstroken (wat vaak een stuk goedkoper is dan een traditionele tuinaanleg). Meer en meer bedrijven willen iets nuttigd voor natuur doen vanuit hun visie op maatschappelijk verantwoord ondernemen of vanuit hun milieuzorgsystemen. Echt interessant wordt het als waterbuffers en groenbuffer ingericht zijn met als doel ze ook te laten functioneren als natuurverbinding. 

Ecologisch beheer van wegbermen en spoorbermen



Voldoende natuurgebieden blijft eerste prioriteit